Numbers 0 to 100 in Dutch (Nederlands)

NumberIn Dutch
0nul
1een
2twee
3drie
4vier
5vijf
6zes
7zeven
8acht
9negen
10tien
11elf
12twaalf
13dertien
14veertien
15vijftien
16zestien
17zeventien
18achttien
19negentien
20twintig
21een­en­twintig
een-en-twintig
22twee­ën­twintig
twee-en-twintig
23drie­ën­twintig
drie-en-twintig
24vier­en­twintig
vier-en-twintig
25vijf­en­twintig
vijf-en-twintig
26zes­en­twintig
zes-en-twintig
27zeven­en­twintig
zeven-en-twintig
28acht­en­twintig
acht-en-twintig
29negen­en­twintig
negen-en-twintig
30dertig
31een­en­dertig
een-en-dertig
32twee­ën­dertig
twee-en-dertig
33drie­ën­dertig
drie-en-dertig
34vier­en­dertig
vier-en-dertig
35vijf­en­dertig
vijf-en-dertig
36zes­en­dertig
zes-en-dertig
37zeven­en­dertig
zeven-en-dertig
38acht­en­dertig
acht-en-dertig
39negen­en­dertig
negen-en-dertig
40veertig
41een­en­veertig
een-en-veertig
42twee­ën­veertig
twee-en-veertig
43drie­ën­veertig
drie-en-veertig
44vier­en­veertig
vier-en-veertig
45vijf­en­veertig
vijf-en-veertig
46zes­en­veertig
zes-en-veertig
47zeven­en­veertig
zeven-en-veertig
48acht­en­veertig
acht-en-veertig
49negen­en­veertig
negen-en-veertig
50vijftig
51een­en­vijftig
een-en-vijftig
52twee­ën­vijftig
twee-en-vijftig
53drie­ën­vijftig
drie-en-vijftig
54vier­en­vijftig
vier-en-vijftig
55vijf­en­vijftig
vijf-en-vijftig
56zes­en­vijftig
zes-en-vijftig
57zeven­en­vijftig
zeven-en-vijftig
58acht­en­vijftig
acht-en-vijftig
59negen­en­vijftig
negen-en-vijftig
60zestig
61een­en­zestig
een-en-zestig
62twee­ën­zestig
twee-en-zestig
63drie­ën­zestig
drie-en-zestig
64vier­en­zestig
vier-en-zestig
65vijf­en­zestig
vijf-en-zestig
66zes­en­zestig
zes-en-zestig
67zeven­en­zestig
zeven-en-zestig
68acht­en­zestig
acht-en-zestig
69negen­en­zestig
negen-en-zestig
70zeventig
71een­en­zeventig
een-en-zeventig
72twee­ën­zeventig
twee-en-zeventig
73drie­ën­zeventig
drie-en-zeventig
74vier­en­zeventig
vier-en-zeventig
75vijf­en­zeventig
vijf-en-zeventig
76zes­en­zeventig
zes-en-zeventig
77zeven­en­zeventig
zeven-en-zeventig
78acht­en­zeventig
acht-en-zeventig
79negen­en­zeventig
negen-en-zeventig
80tachtig
81een­en­tachtig
een-en-tachtig
82twee­ën­tachtig
twee-en-tachtig
83drie­ën­tachtig
drie-en-tachtig
84vier­en­tachtig
vier-en-tachtig
85vijf­en­tachtig
vijf-en-tachtig
86zes­en­tachtig
zes-en-tachtig
87zeven­en­tachtig
zeven-en-tachtig
88acht­en­tachtig
acht-en-tachtig
89negen­en­tachtig
negen-en-tachtig
90negentig
91een­en­negentig
een-en-negentig
92twee­ën­negentig
twee-en-negentig
93drie­ën­negentig
drie-en-negentig
94vier­en­negentig
vier-en-negentig
95vijf­en­negentig
vijf-en-negentig
96zes­en­negentig
zes-en-negentig
97zeven­en­negentig
zeven-en-negentig
98acht­en­negentig
acht-en-negentig
99negen­en­negentig
negen-en-negentig
100honderd